Vonder werkt als interieurbouwer en fabrikant nauw samen met architecten

vrijdag 21 augustus | Actueel, Actueel, Projecten

In het Twentse Enter is sinds 1975 Vonder Interieur gevestigd. Het bedrijf begon als een dochter van Meubelfabriek Oisterwijk, onder leiding van de vader van de huidige directeur Peter Kerkhof. In 1988 nam hij het bedrijf over van zijn vader en veranderde de koers: van een min of meer standaard meubelfabriek naar een gespecialiseerde interieurbouwer met de focus op maatwerk en op het nauw samenwerken met architecten. Peter: “Ik zie ons als een verlengstuk van de architect met als doel om samen de particuliere eindklant of de opdrachtgever gelukkig te maken. Dat lukt ons als interieurbouwer en meubelfabrikant door onderscheidend te zijn.”

Peter Kerkhof
Peter Kerkhof

De eerste fase van de werkwijze van Vonder is, wanneer een architect of stylist voor het eerst in contact komt met het bedrijf, een open dialoog. “Ik vraag: wat wil je bereiken met deze opdracht? Hoe wil de eindklant het eindresultaat voelen, ervaren, denk je? Wanneer we op dezelfde golflengte zitten gaan we verder met elkaar. Voelt het niet goed om samen te gaan werken, dan houdt het voor dat moment op.” Voor Peter is het dus van groot belang dat de partijen elkaar goed aanvoelen, om zo misverstanden en teleurstelling over en weer te voorko-men. Klikt het, dan volgt er een snelle analyse van het project: wat is er nodig aan materialen en mankracht, wanneer moet er opgeleverd worden? Daarna volgt de gezamenlijke vorm-gevingsfase en de uitwerking van het ontwerp: de vormen, kleuren, materialen en texturen. “Het is goed op dat moment fysiek hier samen in de showroom te zitten met de architect en de eindklant. Er moet een wederzijds vertrouwen zijn in de aanpak, de uitvoering en de logistiek van het project.”

Risico durven nemen

Vonder is met name betrokken bij het inrichten van woningen, naast voor een kleiner aandeel in hospitality en kantoor projecten. Veel klanten weten het bedrijf te vinden via mond tot mondreclame. Peter: “We weten goed wat we kunnen. Dat is niet aanmatigend bedoeld, maar we hebben veel kennis, en veel zelfkennis, in huis. Daarom durven we bij projecten ook een zeker risico te nemen: we weten hoe we iets moeten oplossen. We durven veel uit te voeren waarvan anderen zeggen: nee, daar begin ik niet aan.” Het zorgt ook voor de bijzondere situatie dat collega-bedrijven soms klanten doorverwijzen naar Enter. “Ik zie dat als een compliment.” Het bedrijf draagt zorg voor het volledige proces van het uitwerken, produceren en inbouwen van het interieur. Van opmeten tot uitvoeren, vervoeren en plaatsen. “Er is vaak een groot spanningsveld: er zijn deadlines voor het opleveren, er moet rekening worden gehouden met andere partijen, zoals schilders en vloerenleggers. Het is dus van groot belang dat het gehele proces logistiek klopt. Tegelijkertijd moet het voor ons een feest zijn om aan dergelijke projecten te kunnen werken. Er mag geen gevoel van ongezonde stress ontstaan bij de medewerkers. Dus is goed plannen onmisbaar. Natuurlijk gebeuren er wel eens onverwachte zaken, maar met een goede voorbereiding en een strakke planning vangen we dit meestal op.” Er werken op dit moment ongeveer 30 medewerkers in Enter. “Mensen vinden het fijn om hier te werken; we maken bijzondere interieurs. Er is veel afwisseling in het werk en er wordt een beroep gedaan op hun creativiteit en vakkennis. De medewerkers worden uitgedaagd en dat wordt gewaardeerd. Er is hier dan ook bijna geen verloop en we krijgen veel aanmeldingen voor stages vanuit de lokale opleidingen. Zo komen we ook vaak aan nieuwe mensen.”

Eigen collecties

Toen hij het bedrijf in 1988 overnam koos hij als specialisatie de klassieke Engelse landhuizenstijl; Manor House. De serie bestond uit kasten, schouwen, tafels, wanden en dergelijke. Peter: “Geen vloeren, gordijnen en decoratie. Dat laten we altijd over aan specialisten.” In het begin waren er ups en downs, het bedrijf moest zich nog bewijzen in de wereld van de architecten. Na verloop van tijd werden de eerste contacten gelegd en dit zorgde voor een verschuiving in de bouwstijl. Van klassiek Engels werd het steeds strakker en moderner in uitstraling. Inmiddels heeft het bedrijf in samenwerking met diverse architecten een eigen collectie ontwikkeld. Voorbeelden zijn de Giorno garderobecollectie van Marcel Wolterinck, de vrijstaande keuken op pootjes van Piet Hein Eek en de Crosby collectie van Kate Hume en Frans van der Heijden: een keuken in een typisch New Yorkse loftstijl. “Het zijn elementen die we kunnen verwerken in een interieurontwerp of die we integraal kunnen plaatsen.” De dialoog vooraf met architect en stylist is dus essentieel voor het gewenste resultaat; wat is het verschil in benadering tussen deze twee partijen? Peter denkt na: “De stylist focust op kleuren, vormen, lijnen, patronen en sfeer. Dan hebben we vaak een groter aandeel in de technische vormgeving en de uitvoering. Bouwkundige architecten tekenen alles zelf uit. Wij zijn er dan om dit beeld naar de praktijk te vertalen en zoveel mogelijk gelijk te houden aan het originele ontwerp, we gaan de dialoog dan vooral aan op detailniveau. Soms is er een discrepantie tussen de tekening, het ontwerp, en wat de praktische situatie is: een ongelijke vloer, een schuin weglo-pende wand of een kolom die niet dragend is maar wel in de weg staat. Dat lossen we dan op, in overleg met elkaar en met de klant.” In sommige gevallen moet het bouwkundig plan het interieur volgen in plaats van andersom, zo leert de praktijk.

Naar een hoger plan

Peter waardeert de dialoog met de architect: “Je leert van elkaar en tilt elkaar op naar een hoger niveau. We laten zien wat er mogelijk is en soms is dat van invloed op het uiteindelijke ontwerp. De architect had dan van tevoren niet verwacht wat er mogelijk zou zijn. Dat samen uitzoeken gebeurt tot op detailniveau: welke lak heeft welk effect op welke houtsoort? Bij welke lichtinval? We laten het zien, prepareren een mon-ster, tonen dit aan de klant. Het draait om het eindresultaat, zekerheid bieden, kennis delen. Het zoveel mogelijk uitsluiten van nare verrassingen.” Nog even over de meubelcollectie van Vonder: hoe is deze tot stand gekomen? “De collecties met de architecten zijn ontstaan aan de hand van samenwerkingen van ons met deze architecten bij eerdere projecten. Zij hebben op gegeven moment een idee, weten inmiddels wat wij kun-nen maken en stellen het ontwerp aan ons voor. Zij kunnen daarna hun eigen meubelen in onze showroom laten zien aan eindklanten, dat vind ik erg leuk om te ervaren.” Hij merkt op dat het op dit moment goed gaat met het bedrijf: “Onze markt is een exclusieve markt, maar het is een markt die nog altijd groeit. Er komen steeds meer mensen bij die zich een exclusief interieur, op maat gemaakt, kunnen permitteren. Onze orderportefeuille is dan ook voor lange tijd gevuld.”

Ondernemen als speerpunt

Naast de dagelijkse leiding aan het bedrijf is Peter ook bestuurslid van de Koninklijke CBM; de overkoepelende branchevereniging voor meubelfabrikanten en interieurbouwers. “Ik heb de taak vanuit het bestuur om het ondernemen van onze leden onder de loep te nemen en te adviseren over hoe wij ons in de huidige markt en die van de nabije toekomst staande kunnen houden. De aanpak zal waarschijnlijk zijn eerst in kaart te brengen hoeveel interieurbouwers en meubelabrikanten of meubelmakers er zijn in ons land; niet iedereen is lid van onze vereniging. Mijn eerste gedachte, advies is eigenlijk eenvoudig, het is wat wij ook doen sinds 1988: kijk wat je ambitie en kracht is en baseer daarop wat je doet, welke richting je kiest. We moeten als maatschappij trots zijn op onze lokale productie, die we opnieuw vorm moeten gaan geven om te kunnen functioneren in deze tijd en ook later. Er wordt wel eens vergeten dat het MKB de grootste aanjager is van onze economie, de grootste werkgever ook. Dan heb ik het over de maakindustrie. Er zou meer moeten worden geïnvesteerd vanuit de overheid in het aantrekkelijker maken van het werken in de maakindustrie en in het bewust maken van consumenten om vaker te kiezen voor lokaal gemaakte producten, ook voor het interieur.”

Geen vaste waarheid

Over het leukste aspect van zijn werk zegt hij, tot slot: “De zoektocht naar het samen bepalen waar de klant eigenlijk naar op zoek is. Het is een spel, er is geen vaste waarheid. Architecten en klanten die open staan voor verandering zijn het leukste om mee samen te werken. Met hen kan je bijzondere dingen maken. Een huis is de plek waar mensen zichzelf kunnen zijn, waar ze zich goed moeten voelen. Om dat te mogen inrichten is een bijzondere taak, waarbij je veel moet weten over wie de klant is en wat de echte, achterliggende wensen zijn. Dat vereist een intensieve samenwerking met de betrokken partijen en dat proces verveelt nooit.”

Archieven

Partners

Toon alle partners