In Gentbrugge krijgt innovatie een ruimte die even doordacht is als de sector die ze huisvest. ‘Watt the Health’ is een nieuwe innovatiehub waar zorg en technologie elkaar ontmoeten en waar samenwerking centraal staat. Voor het interieurontwerp klopte ontwikkelaar Revive aan bij architectenbureau Not A Bike Shop (NABS), onder leiding van Kenny Decommer. Het resultaat is een gelaagd kantoorlandschap waarin strakke, bijna laboratoriumachtige elementen samensmelten met warme materialen, afgeronde vormen en een sterke aandacht voor gebruik en flexibiliteit. Geen klassieke kantoorinrichting, maar een zorgvuldig georkestreerde omgeving die meegroeit met haar gebruikers en bewijst dat functionele beperkingen net de motor kunnen zijn van architecturale kwaliteit.
TEKST Bas Hakker
FOTOGRAFIE Save as Studio
In Gentbrugge, op een plek waar zorg, industrie en wonen elkaar al decennialang kruisen, krijgt innovatie een tastbare vorm. Niet in de gedaante van futuristische gadgets of steriele laboratoria, maar in een zorgvuldig ontworpen werkomgeving die samenwerking, rust en flexibiliteit samenbrengt. ‘Watt the Health’ is geen klassiek kantoorgebouw en evenmin een traditionele zorgomgeving. Het is een hybride plek, opgevat als innovatiehub waar zorgverleners, onderzoekers, start-ups en technologiebedrijven elkaar ontmoeten.Voor het interieurontwerp deed ontwikkelaar Revive een beroep op NABS (Not A Bike Shop), het architectenbureau onder leiding van Kenny Decommer. Het resultaat is een gelaagd project waarin een strak, bijna laboratoriumachtig uitgangspunt subtiel wordt verzacht door materialiteit, rondingen en tactiliteit.
Wanneer je het gebouw zou binnenstappen, wordt meteen duidelijk dat hier bewust is nagedacht over hoe mensen zich door de ruimte bewegen. De argyle-vloer fungeert niet alleen als grafisch element, maar ook als stille gids die bezoekers en gebruikers door het plan leidt. Ze verbindt functies, markeert overgangen en brengt ritme in een interieur dat anders makkelijk rigide had kunnen aanvoelen. “We wilden geen gangen die gewoon gangen zijn”, vertelt Kenny Decommer. “Zeker in coworking- en kantooromgevingen zie je vaak lange, monotone circulatieruimtes. Dat hebben we hier echt willen doorbreken.’’

Ambitie
Die ambitie typeert het hele project. ‘Watt the Health’ is ontstaan vanuit een duidelijke programmatische vraag: creëer een werkomgeving voor jonge, snelgroeiende bedrijven binnen de gezondheidssector, met voldoende flexibiliteit om mee te evolueren met hun noden. Tegelijk moest het geheel financieel haalbaar blijven. “Dat is weinig”, zegt Decommer zonder omwegen. “Maar het dwingt je ook om creatief te zijn en om keuzes te maken die niet louter esthetisch zijn, maar ook inhoudelijk kloppen.’’
Via persoonlijke contacten en eerdere samenwerkingen werd NABS voorgesteld. Bovendien heeft het bureau veel ervaring met co working-concepten. “We hebben toen niet zomaar een ontwerp gepresenteerd”, herinnert Decommer zich. “We hebben eerst naar het businessmodel gekeken. Dit is een co-workingconcept, vergelijkbaar met wat we kennen uit eerdere projecten. Als de densiteit niet klopt, als het plan niet slim is opgebouwd, dan werkt het hele verhaal niet, hoe mooi het interieur ook is.’’ Die analyse leidde tot een hertekening van het plan, met een hogere bezettingsgraad en een duidelijke modulariteit. Centrale zones vormen het hart van elke verdieping en kunnen relatief eenvoudig verschuiven of worden heringericht naargelang bedrijven groeien of krimpen. Technieken zijn daarop afgestemd, zodat wanden verplaatst kunnen worden zonder ingrijpende werken. “We wisten niet wie de eindgebruikers zouden zijn”, zegt Decommer. “Maar we wisten wel dat het geen eenmanskantoren zouden zijn. Dit zijn teams, vaak multidisciplinair, die ruimte nodig hebben om samen te werken.’’ Dat onbekende gebruikersprofiel maakte het ontwerpproces complexer, maar ook abstracter. In plaats van te vertrekken vanuit concrete personen, baseerde NABS zich op een inhoudelijke lezing van de sector. De medische wereld, en meer bepaald de laboratoriumcontext, vormde een belangrijke referentie. “Clean, helder, logisch”, somt Decommer op. “Maar we wilden absoluut vermijden dat het klinisch of onpersoonlijk zou worden.’’ Die spanning tussen strakheid en warmte vormt de rode draad doorheen het interieur.

Zachtere tegenhangers
Materialiteit speelt daarin een cruciale rol. Roestvrij staal is alomtegenwoordig, maar wordt steeds gecombineerd met zachtere tegenhangers. Marmer en terrazzo brengen een zekere tijdloosheid binnen, zonder luxueus of opzichtig te worden. “We hebben daar echt discussies over gehad”, vertelt Decommer. “Marmer wordt snel geassocieerd met luxe, en dat was niet wat de opdrachtgever voor ogen had. Maar door het op een sobere manier toe te passen, zonder ornament, wordt het een rustig bijna neutraal materiaal.”
Ook beton blijft zichtbaar waar mogelijk.Tijdens de ruwbouwfase bleek de kwaliteit van het beton allesbehalve perfect. De reflex zou zijn om het te verbergen achter pleisterwerk of verlaagde plafonds, maar NABS pleitte voor het tegenovergestelde. “Laat het ruw zijn”, aldus Decommer. “Dat contrast met de zachtere elementen eronder maakt het net interessant.’’ De zichtbare balken, soms massief en dominant, worden in evenwicht gebracht door afgeronde vormen, textiel en verlichting die de schaal van de ruimte verzacht.

Opvallend schaars
Hout is opvallend schaars aanwezig. Op enkele specifieke plekken na, zoals een houten bank, werd het bewust beperkt ingezet.Tafels zijn vervaardigd uit gelakt MDF, een kostenefficiënte keuze die tegelijk esthetisch werd ingezet. “Het gaat niet om het materiaal op zich, maar om hoe je het combineert”, zegt Decommer. “Door MDF naast inox of beton te plaatsen, ontstaat er toch een spanningsveld dat interessant is.”
De open werkruimtes bundelen alle gemeenschappelijke functies: flexplekken, phonebooths, koffiecorners en lunchzones vloeien in elkaar over.Toch voelt het geheel niet chaotisch aan. Dat heeft veel te maken met de manier waarop functies in de circulatie worden geïntegreerd. Langs gangen verschijnen halfronde nissen en informele zitplekken, plekken waar je even kan overleggen of bellen zonder je af te zonderen in een gesloten ruimte. “We noemen het geen gangen, maar kamergangen”, legt Decommer uit. “Ze hebben een verblijfskwaliteit.’’ Verlichting versterkt dat idee. Door repetitieve armaturen strategisch te plaatsen, wordt een perspectiefwerking gecreëerd die ruimtes groter doet lijken dan ze zijn. Dat is geen toevallige esthetische ingreep, maar een bewust antwoord op de relatief beperkte oppervlakte van de verdiepingen. Met ongeveer 3.500 m2 verdeeld over vier verdiepingen is het project niet gigantisch, maar door slimme ingrepen voelt het ruimer aan.
Opvallend is dat veel verlichting speciaal voor dit project werd ontworpen. Niet als duur maatwerk, maar als doordachte assemblage van standaardprofielen. Industriële kokerprofielen vormen de basis en worden opgewaardeerd tot wandlampen, vloerlampen of hangarmaturen. “Het is eigenlijk heel eenvoudig”, zegt Decommer. “Een profiel, een ledstrip, goed gemonteerd. Maar doordat de vorm afgestemd is op de ruimte, voelt het toch bijzonder aan.’’

Vergaderruimte
In de vergaderruimtes komt die aanpak het sterkst tot uiting. Elke ruimte heeft een eigen maat en proportie, maar ze delen een duidelijke vormentaal.Tafels zijn vaak afgerond, verlichting volgt hun contouren en zware betonnen balken blijven zichtbaar. In één ruimte loopt een massieve balk dwars door het plafond, meer dan een meter hoog. In plaats van die te verbergen, werd ze het ankerpunt van de ruimte. “Dat is voor mij een van de sterkste plekken van het project”, zegt Decommer. “Het zware, brute beton wordt getemperd door alles wat eronder gebeurt.’’ De phonebooths vormen dan weer kleine cocons binnen het grotere geheel. Ze zijn volledig monochroom uitgewerkt, met tapijt op vloer en wanden, en bieden akoestische rust. Hun ronde vorm contrasteert bewust met de rechthoekige structuur van het gebouw. Die rondingen verwijzen subtiel naar siloarchitectuur, een knipoog naar de industriële context van Gentbrugge en de nabijheid van de haven. “We wilden die industriële sfeer niet letterlijk kopiëren”, legt Decommer uit, “maar wel vertalen naar een hedendaags interieur.”

Context
Die relatie met de omgeving is voor NABS essentieel. Een interieur mag volgens Decommer nooit losstaan van zijn context. Zelfs in een nieuwbouw, waar gevel en interieur door verschillende bureaus worden ontworpen, zoekt hij naar samenhang. In dit project was de architectuur van het gebouw vrij neutraal, met lichtgroene raamprofielen. Dat vroeg om een interieur dat niet zou botsen, maar ook niet zou verdwijnen. “Neutraliteit geeft vrijheid”, zegt Decommer. “Maar je moet er wel bewust mee omgaan.’’ Het is nooit eenvoudig om in een project te stappen waar de grote lijnen al zijn uitgezet. Toch groeide gaandeweg een wederzijds respect, zeker op de werf. “Op een bepaald moment verdedigden we samen het ontwerp tegenover de bouwheer”, vertelt Decommer. “Dat ging bijvoorbeeld over gemeenschappelijke ruimtes die men wilde schrappen om budget te besparen. Daar hebben we echt voet bij stuk gehouden.’’ Die gemeenschappelijke zones zijn volgens NABS essentieel voor het succes van een coworkingomgeving. Ze zorgen voor ontmoeting, informele gesprekken en een gevoel van gemeenschap. Zonder die plekken dreigt een kantoor te verworden tot een verzameling losse werkplekken. “Dan verlies je de ziel van het project”, zegt Decommer. “En net dat is wat mensen aantrekt.’’ Dat denken vanuit gebruik en beleving loopt als een rode draad door het ontwerp heen. Ook al waren de eindgebruikers niet gekend, toch werd elk element afgetoetst aan de vraag hoe het zou worden gebruikt.Waar ga je bellen? Waar kan je even apart zitten? Waar eet je samen? Die vragen kregen evenveel aandacht als materiaalkeuzes of esthetiek.
Uiteindelijk is ‘Watt the Health’ een project dat toont hoe beperkingen kunnen leiden tot scherpere keuzes. Het is geen interieur dat schreeuwt om aandacht, maar een omgeving die zich langzaam laat ontdekken. Strak en rationeel, maar nooit kil. Industrieel, maar met een menselijke maat. “Voor mij is het belangrijkste dat het klopt”, besluit Decommer. “Dat mensen zich hier goed voelen, dat ze er graag werken. Als dat lukt, dan is het project geslaagd.’’
Legenda
Opdrachtgever Revive
Locatie Gentbrugge, België
Periode 2025
Ingenieur technieken Boydens Engeneering
Hoofdaannemer Vandenbussche
Architect Kras
Interieurarchitect NABS

