Een stadion ontwerpen is iets anders dan een kantoor, hotel of appartementencomplex tekenen. Natuurlijk gelden ook hier de bekende architectonische vragen over functionaliteit, routing, materiaalgebruik en budgetten. Maar bij een stadion komt daar iets bij dat veel moeilijker te vangen is: emotie. Supporters beschouwen een stadion als hun tweede thuis, sponsors verwachten moderne hospitality en bestuurders zoeken naar een sluitende businesscase. Ondertussen moet het gebouw tientallen jaren meegaan en liefst ook nog een katalysator zijn voor gebiedsontwikkeling.
TEKST: Bas Hakker
Voor dit verhaal spraken we met twee architecten die ieder op hun eigen manier ervaring opdeden met stadionarchitectuur. Architect Ludo Widdershoven van Widdershoven Architecten was verantwoordelijk voor het nieuwe stadion van SC Cambuur in Leeuwarden. Rob Dekker van WRK Architecten werkte aan plannen voor de uitbreiding van Het Kasteel van Sparta Rotterdam. Hun projecten verschillen sterk van elkaar: waar Cambuur een volledig nieuw stadion kreeg, draaide het bij Sparta juist om het uitbreiden en moderniseren van een iconische bestaande accommodatie. Toch blijken de uitdagingen opvallend vergelijkbaar.

Een stadion begint niet met architectuur
Wie denkt dat een stadion begint met een schetsrol en een potlood, komt bedrogen uit. Volgens Widdershoven begint vrijwel ieder stadionproject met een financiële puzzel en het ontwerp komt pas later. Bij het ontwerpen van het nieuwe stadion van Cambuur uit Leeuwarden liep het traject uiteindelijk vijftien jaar voordat het stadion daadwerkelijk werd geopend. Het begon ooit met de wens om de verouderde accommodatie te vervangen en vervolgens ontstond een ingewikkeld proces waarin ontwikkelaars, financiers, gemeente, club en adviseurs hun rol speelden. ‘Een voetbalclub is per definitie lastig financierbaar,’ zegt Widdershoven. ‘Geen enkele bank financiert zomaar een voetbalclub. Daarom moet je veel breder kijken dan alleen voetbal.’ Volgens hem ligt de sleutel vrijwel altijd in aanvullende functies. Commerciële ruimtes, onderwijs, kantoren of andere vastgoedontwikkelingen zorgen ervoor dat een stadion financieel haalbaar wordt. Het stadion zelf is immers maar beperkt in gebruik want een thuiswedstrijd vindt hooguit eens per twee weken plaats. Dat ziet Dekker ook terug bij Sparta. Hoewel zijn opdracht vooral draaide om uitbreiding van tribunes, hospitality en faciliteiten, speelde ook daar de zakelijke kant een grote rol. Extra skyboxen, betere ontvangstruimtes en modernere hospitalityvoorzieningen waren noodzakelijk om de club economisch verder te helpen. ‘Een sponsor wil niet alleen een wedstrijd bekijken,’ zegt Dekker. ‘Die wil ook een goede ervaring hebben. Dat vraagt om ruimtes die passen bij de status van de club van vandaag.’
S.P.A.R.T.A.
Het ontwerp voor het Sparta Stadion richt zich op een gedeeltelijke verbouwing en uitbreiding van het hoofdgebouw aan de noordzijde van het stadion, terwijl het iconische Kasteel behouden blijft. De ingreep moet meer ruimte bieden voor commerciële functies, zoals horeca, evenementen en zakelijke activiteiten. Het gebouw groeit van circa 6.000 naar 10.000 vierkante meter en krijgt een nieuwe indeling met een centrale verkeerszone en roltrappen die de belangrijkste verdiepingen verbinden. Daarnaast krijgt de gevel een eigentijdse uitstraling richting het spoor en de Van Nelle Fabriek. Het plan combineert modernisering, betere toegankelijkheid en extra exploitatiemogelijkheden zonder het historische karakter van het stadion aan te tasten.
De supporter is geen gewone gebruiker
Bij een woongebouw heb je te maken met bewoners, in het geval van een kantoor heb je medewerkers, maar bij een stadion krijg je te maken met supporters en dat maakt alles anders. Voor Cambuur werd zelfs een speciale supportersadviescommissie samengesteld waarbij vertegenwoordigers van verschillende doelgroepen mochten meepraten over het ontwerp. Van businessclubleden tot mindervaliden en fanatieke supporters op de tribunes. Hun wensen werden gedurende het hele proces meegenomen. Widdershoven herinnert zich talloze discussies: over de afstand tot het veld, over zichtlijnen en de hoogte van hekwerken. Zelfs over de mogelijkheid om spandoeken goed zichtbaar op te hangen voor televisiecamera’s. ‘Je hebt bij een stadion met veel meer emoties te maken dan bij andere gebouwen. Iedereen vindt er iets van en iedereen voelt zich eigenaar.’
Een opvallend onderdeel van het ontwerp is dat de hoeken van het stadion bewust open zijn gebleven. Waar veel moderne stadions juist kiezen voor een volledig gesloten stadionkom om sfeer en geluid vast te houden, koos Cambuur voor vier losse tribunes met afzonderlijke daken. Die keuze kwam niet alleen voort uit architectonische overwegingen, maar vooral uit de wensen van supporters. Via een speciale supporterscommissie werd gedurende het ontwerpproces intensief meegedacht over de uitstraling van het stadion. De open hoeken verwijzen naar de Engelse stadiontraditie en houden de herinnering aan het oude Cambuur levend, terwijl de steile tribunes toch zorgen voor een intense sfeerbeleving. Dekker herkent dat beeld. Bij Sparta speelde de sterke verbondenheid met Het Kasteel een belangrijke rol. Zo heet het stadion niet alleen, maar zo ziet de entree -dat is niet het gedeelte waar dit ontwerp over ging – er ook uit. Supporters komen daar al generaties lang en voelen een diepe emotionele band met het stadion. Dat betekent dat veranderingen zorgvuldig moeten worden uitgelegd. Toch was er volgens hem ook draagvlak voor uitbreiding. Het stadion zit vaak vol en er zijn wachtlijsten voor seizoenkaarten en daardoor ontstaat vanzelf de vraag of er meer plaatsen kunnen worden toegevoegd. ‘Voor veel mensen is het stadion een tweede thuis, ze komen er al jaren. Daardoor voelen ze zich automatisch betrokken bij iedere verandering.’

Ontwerpen voor sfeer
Een van de meest fascinerende aspecten van stadionarchitectuur is dat architecten proberen een sfeer te ontwerpen die pas zichtbaar wordt als het stadion vol zit. Bij Cambuur was dat een belangrijk uitgangspunt. De tribunes werden bewust zo ontworpen dat supporters dicht op het veld zitten n ook de steile oplopende tribunes dragen bij aan de intensiteit van de beleving. Toch blijft veel onvoorspelbaar. Widdershoven vertelt hoe tijdens de eerste wedstrijd bleek dat het stadion nog luider werkte dan verwacht. Simulaties kunnen veel voorspellen, maar niet hoe duizenden supporters gezamenlijk reageren. ‘Verschillende horloges gaven een waarschuwing vanwege het geluidsniveau. Dat moment vergeet ik nooit meer en toen wist je dat het werkte.’ Bij Sparta ligt de kracht juist in de intimiteit van Het Kasteel. Dekker noemt het stadion precies groot genoeg om de bekende Spartasfeer te behouden. De nabijheid van supporters, de ligging in de wijk en de compacte schaal zorgen samen voor een unieke ervaring. Volgens hem draait stadionarchitectuur uiteindelijk om de balans tussen functionaliteit en emotie. Je kunt alles technisch perfect ontwerpen, maar als de sfeer verdwijnt, verlies je iets essentieels.
Een stadion heeft twee gezichten
Waar supporters vooral naar de binnenkant kijken, moeten architecten ook nadenken over de uitstraling naar buiten. Bij Sparta sprak WRK Architecten daarom over ‘een stadion met twee gezichten’. Aan de ene zijde bevindt zich het historische Kasteel, midden in de woonwijk. Aan de andere zijde ligt een zakelijker gebied met bedrijvigheid en gebiedsontwikkeling. Dat vraagt om een andere architectonische benadering per gevel. ‘De historische kant vraagt respect voor de geschiedenis en in de zakelijke zijde mag juist moderner en representatiever zijn. Zeker omdat sponsors, zakelijke gasten en bezoekers daar vaak komen.’
Bij Cambuur speelde iets vergelijkbaars. Daar moest het stadion niet alleen functioneren als voetbalaccommodatie, maar ook als aanjager van een nieuw stadsdeel. Onderwijsfuncties, commerciële ruimtes en openbare voorzieningen werden onderdeel van het grotere geheel. Volgens Widdershoven moet een stadion tegenwoordig bijdragen aan een bredere gebiedsontwikkeling. ‘Je probeert een 24-uurs economie te creëren. Een stadion dat alleen op wedstrijddagen leeft, is eigenlijk niet duurzaam.’
FIFA, UEFA en een berg regelgeving
Naast supporters, sponsors en bestuurders is er nog een partij die zich intensief met stadionontwerp bemoeit. Bij Sparta moest rekening worden gehouden met uitgebreide FIFA-eisen en die hebben betrekking op alles: van kleedkamers en mixed zones tot ruimteafmetingen, routing en voorzieningen voor officials. Dekker noemt het een enorme puzzel, zeker wanneer het gaat om een bestaand stadion. ‘Bij nieuwbouw kun je alles vanaf nul ontwerpen. Bij een bestaand stadion moet je die eisen inpassen in een gebouw dat er al staat.’ Ook bij Cambuur speelden regelgeving en veiligheid een grote rol. Vluchtroutes, zichtlijnen, constructies en toegankelijkheid bepalen voor een belangrijk deel hoe een stadion eruit kan zien. Dat betekent dat stadionarchitectuur soms minder vrijheid biedt dan veel mensen denken. Een architect kan niet zomaar kiezen voor een spectaculair idee als dat ten koste gaat van veiligheid, exploitatie of regelgeving.
De kunst van het compromis
Wat beide architecten misschien nog het meest verbindt, is het besef dat een stadion nooit het werk van één persoon is. Bij Cambuur waren ontwikkelaars, gemeente, onderwijsinstellingen, supporters, exploitanten en aannemers betrokken. Iedereen had zijn eigen belangen, wensen en prioriteiten. Bij Sparta speelde hetzelfde. Ook daar moesten clubbelangen, commerciële wensen, historische waarden en toekomstige ambities met elkaar worden verenigd. De architect wordt daardoor minder een ontwerper en meer een regisseur. Widdershoven vat het treffend samen: ‘Iedereen heeft een mening. De kunst is om van al die belangen uiteindelijk één logisch gebouw te maken.’
Stadionarchitectuur bevindt zich op het snijvlak van emotie, economie en stedenbouw. Een stadion moet supporters ontroeren, sponsors verleiden, bestuurders geruststellen en tegelijkertijd voldoen aan een indrukwekkende hoeveelheid regelgeving. Het is een gebouw dat maar een paar uur per week echt wordt gebruikt, maar dat voor duizenden mensen een centrale rol speelt in hun leven. De verhalen van Ludo Widdershoven en Rob Dekker laten zien dat een stadion nooit alleen uit beton, staal en tribunes bestaat. Want waar een kantoor vooral een werkplek is en een woning vooral een thuis, is een stadion voor veel mensen onderdeel van hun identiteit. En misschien is dat wel de grootste uitdaging voor de architect: niet het ontwerpen van een gebouw, maar het ontwerpen van een plek waar mensen zich thuis voelen terwijl ze er niet wonen.

Het ontwerp van Cambuur Boulevard in Leeuwarden draait om een grootschalige gebiedsontwikkeling waarin sport, onderwijs, ondernemen en mobiliteit samenkomen. Centraal staat het nieuwe stadion van SC Cambuur met 15.000 zitplaatsen, ingebed in een multifunctioneel gebied van circa 70.000 vierkante meter. Naast voetbal biedt het plan ruimte aan commerciële voorzieningen, onderwijsfuncties en uitgebreide parkeervoorzieningen. In het stadion zijn karakteristieke elementen van het oude Cambuurstadion verwerkt, zoals de losse tribunes en open hoeken. Het ontwerp versterkt de economische en maatschappelijke functie van het gebied en moet uitgroeien tot een nieuwe stedelijke ontmoetingsplek voor Leeuwarden en de regio.

Dit artikel heeft u kunnen lezen in editie 3-2026. Gemist? Neem nu een abonnement en mis niks meer.
Copyright
© 2026 Business Content Media B.V. te Den Haag. Niets uit dit artikel of deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch, op geluidsband of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever Business Content Media/Vakblad Pi | Project&Interieur.






