COLUMN
Ik lig in een hotelbed in Rotterdam. Gestoomde lakens, een Icon-fotoboek op het nachtkastje, beneden nog stemmen van de bar. Morgenochtend een ontbijt waar ik me nu al op verheug. Dit is precies wat ik zocht.
Maar vreemd genoeg heb ik dit hotel niet gevonden.
Eerder die dag. Mijn agenda die mijn leven bepaalt; meeting in Rotterdam, morgen negen uur ’s ochtends. Ik kan vanavond al vertrekken vanuit België. Eindelijk: een avond voor mezelf. Geen kinderen, geen broodtrommels, geen afwasmachine.
Gewoon even weg.
Ik ben kieskeurig met hotels. Beroepsmisvorming. Sla liever een nacht over dan ergens te slapen waar ik niks voel. Voor Parijs heb ik een lijstje, voor Kopenhagen ook. Maar Rotterdam? Vergeten. Dus: Booking.com. En toen begon het. Pagina’s vol zakenhotels. Vier sterren, vijf sterren, allemaal dezelfde foto’s. Een lobby, een bed, een badkamer met witte tegels. Of wacht, zo verrassend, roze tegels. Zucht. Scroll. Niks.
Sterren zeggen niks over identiteit. Faciliteiten wel, sfeer niet. En net die sfeer maakt het verschil tussen slapen en écht even weg zijn. Ik gaf het op en appte een collega. “Ken jij iets in Rotterdam?”
“Morgan & Mees,” kwam er meteen terug. “Trust me.”
Ik boekte. Kreeg direct een WhatsApp: alles geregeld, tot vanavond. Die avondwas ik veel te laat. Appte schuldbewust: komt nog goed?
“Geen probleem, we zijn er nog.”
Toen ik binnenkwam stond er geen receptionist in een blauw pak, maar iemand die écht blij leek me te zien. De bar was open, er lagen boeken en magazines, overal meubels die iemand met zorg had uitgezocht.
Ik was ergens. Niet in een hotel dat in elke stad hetzelfde is behalve wat je door het raam ziet. Hier was ik echt in Rotterdam.
Het voelde een beetje Parijs, een beetje New York. Chic, maar niet stijf. Iedereen relaxed, vrolijk zelfs.
Op mijn kamer: dat zachte bed dus, die lakens, dat fotoboek. Een grote tv recht voor mijn neus, niet dat ik die nodig had, maar het voelde goed dat hij er was. En die wetenschap: morgen een ontbijt dat het waard is om voor op tijd op te staan.
Ik lag daar en dacht: hoe heb ik dit gevonden? Of eigenlijk: hoe heeft dit mij gevonden?
Een week later zit ik op een event over hospitality. Iemand van Typhoon vertelt hoe Gen Z hotels zoekt. Niet meer via Booking of Google. Ze vragen het aan AI.
“Vroeger ging het om SEO,” zegt zij. “Nu gaat het om GEO; Generative Engine Optimization. AI kijkt naar alles: reviews, blogs, Instagram, niet alleen je website. En de beste komen bovenaan.”
Iemand roept: “Vraag het maar aan Claude!”
Dat doe ik. Ter plekke. “Welk boetiekhotel in Rotterdam?”
Morgan & Mees.
Ik moet lachen. Blijkbaar had mijn collega hetzelfde gedaan als die AI. Niet gezocht tussen aanbiedingen en sterren, maar gevraagd: waar is het goed?
Misschien is dat de toekomst. Dat je niet meer verdrinkt in opties, maar gewoon het juiste antwoord krijgt. De plekken die het verdienen, niet de plekken met het beste advertentiebudget.
Voor mij was het een openbaring. Ik heb nu ook een Rotterdam-lijstje.
Over de auteur
Elisabeth Peters is interieur-expert bij ontwerpbureau Creneau International en schrijft iedere editie een column voor Pi | Project & Interieur. Vanuit haar dagelijkse praktijk deelt zij observaties over hospitality, interieur en de ontwikkelingen binnen het vakgebied.

Dit artikel heeft u kunnen lezen in editie 3-2026. Gemist? Neem nu een abonnement en mis niks meer.






