Een hotel hoeft niet alleen een hotel te zijn, maar kan ook andere functionaliteiten hebben
Het is een gedachte die zich de afgelopen jaren langzaam maar onmiskenbaar heeft opgedrongen: gebouwen zijn niet langer eendimensionaal. Waar kantoren ooit puur functioneerden als plekken om te werken en hotels als tijdelijke slaapplaatsen, schuiven die grenzen inmiddels in rap tempo over elkaar heen. In dat speelveld beweegt D/DOCK zich al enige tijd doelbewust. Onder leiding van Coen van Dijck ontwikkelde het bureau een visie waarin ruimte niet langer vastligt, maar meebeweegt met gebruik, tijd en behoefte. Het eigen kantoor fungeert daarbij niet alleen als werkplek, maar vooral als levend bewijs van een andere manier van denken.
Als je bij het hoofdkantoor van D/DOCK in de hippe Amsterdamse Houthavens zie je de nieuwe strategie live gebeuren. In de uitgebreid verbouwde loods voorzien banken en een sfeervolle bar voor een bijna woonachtige sfeer. Rondom de koffiebar clusteren alle collega’s samen met verhalen over werk en het echte leven. In de hoek van de keuken hangt het uitgebreide programma van die maand; elke dag is er wel iets te doen voor kinderen, klanten en andere mensen.
Die omslag begon niet gisteren, zo legt CEO Van Dijck uit als we achter een kop koffie zitten in zijn kantoor. Rond 2019 werd binnen D/DOCK steeds duidelijker dat sectoren naar elkaar toe groeiden. Kantoren, hotels, woningen en culturele plekken begonnen dezelfde vragen te stellen en dezelfde uitdagingen te ervaren. Het onderscheid tussen functies vervaagde of zoals Van Dijk het zelf schetst: ‘Je kon niet veel makkelijker zeggen: iets is een kantoor of iets is een hotel of iets is een woning.’ Wat daarvoor in aparte werelden plaatsvond, begon zich te vermengen tot een hybride werkelijkheid waarin flexibiliteit en aanpasbaarheid centraal kwamen te staan.

Pandemie
Die ontwikkeling kreeg een onverwachte versnelling toen de wereld abrupt stilviel. De pandemie legde bloot hoe kwetsbaar monofunctionele gebouwen zijn. Hotels stonden leeg, kantoren raakten verlaten en mensen moesten thuis werken. Juist onder die druk ontstond ruimte voor experiment en niet door allerlei rapporten te maken, maar vanuit doen. D/DOCK besloot niet te wachten op nieuwe modellen, maar ze zelf te bouwen. ‘Het zijn niet altijd theorieën, ga gewoon doen en dan gaan we vertellen hoe dat werkt,’ aldus Van Dijck. Het eigen kantoor werd daarmee een laboratorium.
Wat daar ontstond, is geen klassiek kantoor. Het is eerder een plek waar werken, ontmoeten, vieren en soms zelfs wonen in elkaar overlopen. De ruimte werd bewust opengezet, niet alleen voor medewerkers, maar ook voor externe partijen, buurtbewoners en culturele initiatieven. Een belangrijk inzicht daarbij is dat ontwerp niet stopt bij het neerzetten van muren en meubels, maar dat de echte waarde ontstaat wanneer een plek geactiveerd wordt.
Dat betekent: programmering toevoegen, evenementen organiseren, mensen aan elkaar koppelen. ‘Design is niet alleen het creëren van een fysieke omgeving, maar het activeren is eigenlijk het belangrijkste,’ zegt Van Dijck.
Die activatie krijgt concreet vorm in allerlei lagen. Overdag kan een ruimte functioneren als werkplek of vergaderlocatie, terwijl diezelfde plek ’s avonds verandert in een eventruimte, een presentatiezaal of zelfs een kleine bioscoop. Het gebouw leeft daardoor niet in vaste blokken, maar in een continue stroom van gebruik. Het gevolg is dat leegstand verdwijnt en waarde toeneemt zowel sociaal als economisch. Dat principe werd niet alleen toegepast op het eigen kantoor, maar ook doorgetrokken naar andere typologieën, zoals hotels. Daar ontstond het idee om hotelkamers overdag anders te benutten. Niet alleen als slaapruimte, maar als werkplek, ontmoetingsplaats of creatieve studio. Het klinkt logisch, maar vraagt een fundamenteel andere benadering van exploitatie. Waar een kamer traditioneel één functie heeft per etmaal, krijgt die nu meerdere levens binnen dezelfde dag. ‘Een hotel hoeft niet alleen een hotel te zijn,’ stelt Van Dijck, ‘maar kan ook andere functionaliteiten hebben.’ In Hotel ‘l Europe werden plekken gecreëerd waar je prima kan werken. De vernieuwde vleugel opende haar deuren voor creatieve ondernemers en merken en werd daarmee een levendige ontmoetingsplek waar ondernemers elkaar inspireren en waar kruisbestuivingen ontstaan.

Businessmodel verschuift
Daarmee verschuift ook het businessmodel, zo legt hij uit. ‘Gebouwen worden niet langer afgerekend op vierkante meters alleen, maar op gebruiksintensiteit en veelzijdigheid. Een ruimte die meerdere functies kan dragen, genereert simpelweg meer waarde. Tegelijkertijd ontstaat er een rijker ecosysteem van gebruikers: van bedrijven tot creatieven, van buurtinitiatieven tot culturele organisaties.’ Juist de koppeling met maatschappelijke en culturele functies blijkt essentieel. ‘Door leegstaande of onderbenutte ruimtes beschikbaar te stellen aan bijvoorbeeld muziekgezelschappen, dansgroepen of buurtinitiatieven, ontstaat een nieuwe dynamiek. Een kantoorgebouw wordt dan ineens een plek waar ook publieke repetities plaatsvinden, waar buurtbewoners samenkomen en waar onverwachte ontmoetingen ontstaan.’
Het idee is dat een gebouw sterker wordt naarmate het meer verbindingen faciliteert. Niet alleen tussen functies, maar vooral tussen mensen. Dat vraagt om een andere manier van ontwerpen, waarin omgevingspsychologie een belangrijke rol speelt. ‘Wij zijn uiteindelijk de gebruiker; de mens die in die space moet leven,’ zegt Van Dijck. Het gaat dus niet alleen om stijl of materialisatie, maar om gedrag, beleving en interactie.
Die gedachte wordt nog pregnanter wanneer het over wonen gaat. Nu de woningmarkt onder druk staat en tegelijkertijd veel kantoorruimte leegstaat, ligt de verleiding voor de hand om simpelweg kantoren om te bouwen tot woningen, maar Van Dijck kiest een andere route. In plaats van permanente transformatie pleit hij voor tijdelijke, flexibele oplossingen. ‘Een tiny house in een kantoorgebouw, genaamd de Office Appartments’ zo omschrijft Van Dijck het concept. Modulaire units die eenvoudig geplaatst én verwijderd kunnen worden.


Het voordeel daarvan is dat gebouwen hun flexibiliteit behouden. Wat vandaag een woonfunctie heeft, kan morgen weer iets anders zijn. Daarmee voorkom je dat een gebouw opnieuw vastroest in één bestemming. Het is een benadering die past bij een wereld waarin verandering de enige constante is. ‘Je moet concepten bedenken die zich makkelijker aanpassen,’ aldus Van Dijck. Het eigen kantoor van D/DOCK laat zien hoe dat er in de praktijk uitziet. Ooit begon het als een relatief eenvoudige ruimte, met beperkte voorzieningen. Juist die eenvoud bood vrijheid want er was ruimte om te experimenteren, om dingen uit te proberen zonder directe druk op rendement. In de loop der jaren groeide het uit tot een plek waar jaarlijks duizenden mensen over de vloer komen: van bedrijven tot gezinnen, van evenementen tot workshops.
Die toestroom creëert op zijn beurt weer nieuwe kansen. Samenwerkingen ontstaan vaak spontaan, ideeën worden ter plekke geboren en dat levert niet alleen directe inkomsten op, maar ook indirecte waarde in de vorm van zichtbaarheid, netwerk en nieuwe opdrachten. ‘Het grootste rendement zit vaak in wat toevallig ontstaat,’ zegt Van Dijck daarover. Wat opvalt, is dat deze aanpak ook een andere rol vraagt van de architect. Niet langer iemand die een ontwerp oplevert en daarna vertrekt, maar een partij die betrokken blijft bij het gebruik en de activatie van een plek. Ontwerpen, bouwen en exploiteren raken steeds meer met elkaar verweven. Dat betekent ook dat nieuwe competenties nodig zijn: van programmering tot community building. ‘Design, build, activate,’ vat Van Dijck het samen.

Noodzaak
Die verbreding van het vak lijkt trouwens noodzaak. Zeker in een tijd waarin technologie, zoals AI, steeds meer traditionele taken overneemt. Het ‘tekenwerk’ wordt efficiënter en deels geautomatiseerd, waardoor de toegevoegde waarde verschuift naar visie, concept en beleving. Architectuur wordt daarmee minder een product en meer een proces. Binnen die context krijgt het idee van het kantoor als clubhuis een nieuwe dimensie. Het gaat niet alleen om een plek waar mensen graag samenkomen, maar om een omgeving die meerdere rollen tegelijk vervult. Werken, leren, ontspannen, vieren….alles kan naast elkaar bestaan. ‘Het gaat veel verder dan alleen een plek waar je samen bent,’ benadrukt Van Dijck. Dat vraagt ook om een andere manier van kijken naar eigenaarschap. Gebouwen zijn niet langer alleen van de eigenaar of huurder, maar worden gedeeld door een bredere gemeenschap. Buurtbewoners, bezoekers, tijdelijke gebruikers – allemaal dragen ze bij aan de identiteit van de plek. Het gebouw wordt daarmee een platform.
In dat licht is ook het nieuwe project met Team Rockstars IT interessant, juist omdat het niet alleen programmatisch maar ook stedelijk iets laat zien. ‘Dat gebouw komt bij de Omval (het theater in Diemen, red.),’ zegt Van Dijck daarover. Geen toevallige plek dus, maar een locatie waar die nieuwe mengvorm van functies ook daadwerkelijk landt. Wat Rockstars daar ontwikkelt, is geen traditioneel kantoor, maar een gelaagde omgeving waarin werken, ontmoeten en publieke functies door elkaar lopen. ‘Met een open plint, ruimtes voor educatie en plekken voor de buurt ontstaat een gebouw dat nadrukkelijk onderdeel wordt van zijn omgeving. Het laat zien hoe een opdrachtgever zelf het initiatief neemt en daarmee vervagen de grenzen tussen gebruiker, ontwikkelaar en investeerder.’
Wat D/DOCK laat zien, is dat die investering zich terugbetaalt. Niet alleen financieel, maar ook in relevantie en toekomstbestendigheid. Gebouwen die kunnen meebewegen met veranderende behoeften, hebben simpelweg een langere levensduur. Ze blijven aantrekkelijk, omdat ze zich aanpassen aan hun gebruikers. Uiteindelijk draait het om een fundamentele verschuiving in denken. Van bezit naar gebruik, van functie naar ervaring, van statisch naar dynamisch. Of zoals Van Dijck het zelf kernachtig verwoordt: ‘Het gaat niet meer om wat iets is, maar om wat het kan zijn.’ Daarmee wordt het kantoor niet alleen een plek om te werken, maar een podium voor alles wat daar omheen ontstaat…van evenementen tot wonen, en alles daartussenin.

TEKST Bas Hakker
FOTOGRAFIE D/DOCK

Dit artikel heeft u kunnen lezen in editie 2-2026. Gemist? Neem nu een abonnement en mis niks meer.
Copyright
© 2026 Business Content Media Den Haag. Niets uit dit artikel of deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch, op geluidsband of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever Business Content Media/Vakblad Pi.










