De Septa Chair.
De designbeurs Object Rotterdam staat bekend om haar consequente keuze voor bijzondere locaties. Geen neutrale hallen of anonieme beursvloeren, maar gebouwen met geschiedenis, betekenis en rafelranden. Dit jaar vond de beurs plaats in de oude bibliotheek van Rotterdam, een plek die nog maar kort geleden zijn oorspronkelijke functie verloor.
De opening werd verzorgd door directeur en eigenaar Anne van der Zwaag, die in haar inleiding schetste hoe deze editie onder grote tijdsdruk tot stand kwam. Normaal beginnen de voorbereidingen al in september, maar dit keer liep alles anders. Een alternatieve locatie bleek nog in aanbouw, de maanden verstreken en pas in november kwam de oude bibliotheek via de gemeente in beeld. “Toen ik hier voor het eerst binnenliep, stonden de boekenkasten er nog”, vertelde ze. “Je loopt dan letterlijk tussen de boeken en vraagt je af: gaat dit echt lukken?” Wat volgde was een intensief traject waarin in korte tijd een volledige beurs moest worden opgebouwd. Duizenden boeken werden verplaatst, meubels afgevoerd en verdiepingen leeggeruimd.Van der Zwaag benadrukte dat Object alleen kan bestaan bij de gratie van samenwerking. Zonder sponsors, maar mét partners, teamleden, gemeente en instellingen die vertrouwen geven. Die gezamenlijke inspanning is volgens haar wat Object al vele edities overeind houdt, juist op dit soort complexe locaties. De keuze om het gebouw niet te verhullen, maar juist te gebruiken zoals het is, was een bewuste. Ontwerpers moesten zich verhouden tot de ruimte, tot het licht en tot de zichtbare sporen van het verleden. Dat leverde een beurs op waarin objecten niet los van hun omgeving werden gepresenteerd, maar er deel van uitmaakten. Over meerdere verdiepingen ontstond een mix van jonge talenten, gevestigde namen, labels, galeries en afstudeerders van verschillende academies.

De Jello-lamp van Outil.
Gebroken spiegels
In die setting spraken we de Iraans-Nederlandse ontwerper Farzin Kavaji, wiens werk sterk leunt op emotie en persoonlijke ervaring. Zijn spiegels en zitobjecten zijn bewust gebroken. Niet als esthetisch effect, maar als inhoudelijk statement. “Wij laten graag zien dat we sterk zijn”, vertelde hij, “maar wat er vanbinnen gebeurt, blijft vaak verborgen.” De barst in zijn werk staat voor dat innerlijke spanningsveld. De spiegel reflecteert nog steeds, maar nooit volledig of ongeschonden. Kavaji sprak over gevoelens van machteloosheid, over het nieuws in Iran, over samenwerken en hoop, maar ook over offers. “Om iets open te breken, moet je soms iets opofferen”, zei hij. Zijn werk wil geen antwoorden geven, maar ruimte laten voor herkenning en reflectie. In de oude bibliotheek, waar stilte en concentratie ooit centraal stonden, kregen die thema’s extra lading.
Een andere benadering van ontwerp kwam naar voren in het gesprek met Yoeri Nagtegaal van Outil.li. Het werk van hem en zakenpartner Sjoerd Smit draait om maakbaarheid, techniek en controle over het volledige productieproces.Tijdens de beurs liet hij objecten zien die met zelfgebouwde 3D-printers worden vervaardigd, laag voor laag, lokaal geproduceerd en zonder voorraad. In het gesprek vertelde Nagtegaal ook uitgebreid over zijn ervaringen in een tv-programma in het Midden-Oosten, waar hij twaalf jaar lang actief was als design-mentor. “Het was een groot televisieformat”, vertelde hij, “waarin kandidaten in twee à drie maanden een product ontwikkelden.” Het ging daarbij niet om eenvoudige consumentenartikelen, maar om complexe toepassingen in medische technologie, robotica en innovatie. Samen met twee andere Rotterdamse ontwerpers werkte hij in een Arabische studio-omgeving, onder continue cameradruk. “Sommige deelnemers hadden nog nooit een product gemaakt”, zei hij. “Dan moet je het hele ontwerpproces terugbrengen naar de essentie.” Die periode leerde hem snel schakelen, helder communiceren en verantwoordelijkheid nemen voor elke ontwerpkeuze. Die ervaring is volgens Nagtegaal nog steeds zichtbaar in zijn huidige werk, waarin techniek niet wordt verhuld maar juist leesbaar blijft. “Ik geloof erin dat we wel degelijk het productieproces wat meer in eigen hand kunnen houden. Niet alles hoeft in China gemaakt te worden, zo lang je maar geen voorraden hebt.’’
Septa Chair
Ook het gesprek met designers Ariane Stracke Henderson en Robert Henderson liet zien hoe breed het spectrum van Object Rotterdam is. Voor Et Cetera presenteerden zij een stoel die is opgebouwd via robotische 3D-printtechnieken: de Septa Chair. Het object bestaat uit meerdere lagen die in elkaar grijpen en visueel complex ogen. Robert Henderson vertelde dat het ontwerp verschillende betekenislagen heeft. “Het is bedoeld als stoel, maar ook als plek om je even terug te trekken,” zei hij. Ariane Stracke Henderson vulde aan dat het proces minstens zo belangrijk was als het eindresultaat. Door gebruik te maken van non-planar printing en robotarmen konden vormen worden gemaakt die met traditionele technieken nauwelijks mogelijk zijn. Tegelijkertijd bleef comfort een belangrijk uitgangspunt. Het moet er niet alleen interessant uitzien”, zei ze, “je moet er ook echt in willen zitten.”
Wat deze editie van Object Rotterdam leuk maakt, is de manier waarop persoonlijke verhalen, technische keuzes en zakelijke realiteit samenkomen. Ontwerpers spraken openlijk over hun achtergrond en hun drijfveren die altijd inhoudelijk zijn. De oude bibliotheek bleek daarvoor een passende omgeving. Object Rotterdam liet hiermee opnieuw zien waar het voor staat: een platform waar design en verhalen samenkomen.

Gebroken spiegels van Farzin Kavaji.

