Aan de rand van het Amsterdam UMC, staat RDC Adore: het nieuwe Research & Diagnostiek Centrum waar toponderzoek plaatsvindt en oncologie en neurologie op een unieke manier zijn samengebracht. Het gebouw presenteert zich niet als icoon of statement, maar als een zorgvuldig geordend instrument voor onderzoek. De architectuur is terughoudend waar het moet en genereus waar het kan. Nabijheid, ontmoeting en flexibiliteit vormen de kern van het ontwerp.
TEKST Bas Hakker
FOTOGRAFIE atelier PRO

“Het is geen gebouw dat wil schreeuwen”, zegt architect Martijn de Visser van atelier PRO. “Het moet vooral goed werken. Als mensen hier prettig kunnen werken en elkaar vanzelf tegenkomen, dan heeft het gebouw zijn werk gedaan.’’ De ontstaansgeschiedenis van RDC Adore is lang en complex. Al in 2012 start het project als een aanbesteding waarin toekomstbestendige criteria centraal staan: duurzaamheid, flexibiliteit, efficiënt ruimtegebruik en een logische organisatie van
functies. Wat aanvankelijk wordt uitgevraagd als onderzoeksgebouw, ontwikkelt zich in de jaren daarna tot een ruimtelijk antwoord op een veranderend wetenschappelijk landschap. Terwijl het ontwerp zich vormt, verandert ook de institutionele context. De fusie van het AMC en de VU tot Amsterdam UMC heeft directe gevolgen voor de organisatie van onderzoek, de positionering van afdelingen en de onderlinge samenwerking. “We zijn hier echt al heel lang mee bezig geweest”, zegt De Visser. “Atelier PRO is in 2012 met de opdracht begonnen en in die tijd zijn er steeds nieuwe inzichten gekomen over hoe het gebouw gebruikt zou moeten
worden.’’ Gaandeweg wordt duidelijk dat de ambitie verder reikt dan het huisvesten van afzonderlijke onderzoeksdisciplines. Met name de relatie tussen oncologie en neurologie komt steeds scherper in beeld. Juist op het snijvlak van deze vakgebieden vindt onderzoek plaats dat nieuwe perspectieven biedt op ziekteprocessen en behandelingen. Die kruisbestuiving is geen bijzaak, maar een fundamentele voorwaarde. “Op een gegeven moment werd heel duidelijk dat oncologie en neurologie samen onder één dak brengen eigenlijk belangrijker was dan we in het begin dachten’’, vertelt De Visser. “Daar gebeurt heel bijzonder onderzoek en juist de uitwisseling tussen die twee vakgebieden kan leiden tot nieuwe doorbraken.” Die inhoudelijke verschuiving vraagt om een ruimtelijke vertaling.
Samenwerking mag geen toevallig bijeffect zijn, maar moet worden ondersteund door de architectuur. Tegelijkertijd verloopt het proces allesbehalve lineair. Er zijn momenten waarop het project vrijwel opnieuw moet beginnen. Een eerder ontwerp, groter en minder compact, blijkt financieel niet haalbaar. Publieke functies verdwijnen uit het programma en worden elders ondergebracht. Ondertussen ligt een deel van de bouwkundige structuur al vast: de kelder is gerealiseerd, met daarin onder meer technische ruimtes en een mortuarium. “Dat maakte het interessant én ingewikkeld”, zegt De Visser. “Je begint niet helemaal vanaf nul. De kelder lag er al, de hoofdstructuur was voor een groot deel bepaald. Je moet dus binnen bestaande randvoorwaarden opnieuw nadenken over het gebouw.” Wanneer De Visser in 2020 bij het project betrokken raakt, wordt besloten het ontwerp fundamenteel te herijken. Niet door groter te denken, maar juist door compacter te worden. Die keuze blijkt cruciaal. Compactheid wordt niet gezien als beperking, maar als middel om nabijheid te organiseren. “Het moment dat we besloten het gebouw compacter te maken, was eigenlijk een keerpunt”, zegt hij. “Dan worden loopafstanden korter, functies liggen dichter bij elkaar en de kans op ontmoeting wordt veel groter.”

Heldere opzet
Het uiteindelijke ontwerp bestaat uit een vijflaags gebouw met een heldere, rationele opzet. Laboratoria en kantoren zijn niet gescheiden in afzonderlijke volumes, maar liggen in directe nabijheid van elkaar. Onderzoekers kunnen moeiteloos schakelen tussen experiment en analyse, tussen laboratorium en bureau. “Er wordt hier natuurlijk veel onderzoek gedaan in labs, maar er wordt ook heel veel nagedacht, uitgewerkt en geanalyseerd”, legt De Visser uit. “We vonden het belangrijk dat die werelden heel dicht bij elkaar liggen, zodat je makkelijk kunt switchen tussen kantoorwerk en laboratoriumwerk.”
De laboratoria zijn geplaatst aan de noord- en zuidzijde van het gebouw. Dat biedt gecontroleerde lichtcondities en maakt een duidelijke zonwering mogelijk. De kantoren liggen aan de oost- en westzijde, waar daglicht en uitzicht bijdragen aan een prettig werkklimaat. Tussen deze schillen bevindt zich het hart van het gebouw: een centraal binnenhof dat alle verdiepingen met elkaar verbindt. “In het midden hebben we een groot binnenhof gemaakt’’, zegt De Visser. “Daar komen alle functies samen. Dat is echt de plek voor ontmoeting, overleg en uitwisseling.”

Ontmoeting als thema
Het binnenhof is meer dan een circulatieruimte. Het brengt daglicht diep het gebouw in en maakt visuele relaties tussen verdiepingen mogelijk. Rondom dit hart liggen lounges, informele werkplekken en overlegzones. Het is een ruimte die uitnodigt tot vertraagde beweging: even blijven staan, even zitten, even praten. Ontmoeting is een expliciet thema in het ontwerp, maar nooit op een dwingende manier. De Visser benadrukt dat architectuur gedrag niet kan afdwingen, maar wel kan faciliteren. Door ontmoetingsplekken strategisch te positioneren en zichtbaar te maken, wordt de kans op interactie vergroot. “We hebben heel bewust geprobeerd plekken te maken waar je elkaar vanzelf tegenkomt’’, zegt hij. “Niet ergens weggestopt, maar juist heel centraal in het gebouw.’’ Op elke verdieping bevindt zich een lounge direct bij de liften en trappen. Wie aankomt of vertrekt, passeert deze plek automatisch. De koffievoorzieningen zijn hier gesitueerd, waardoor dagelijkse routines samenvallen met momenten van ontmoeting. “Je komt de verdieping op en het eerste wat je ziet is die lounge’’, zegt De Visser. “Dan pak je even een koffie, ga je zitten, en voor je het weet raak je in gesprek.’’

Variatie
Belangrijk is ook de variatie aan plekken. Niet elke ontmoeting vraagt om dezelfde setting en niet elke werkvorm vraagt om dezelfde ruimte. RDC Adore biedt daarom een spectrum aan werk- en verblijfsplekken: hoge tafels voor kort overleg, banken voor informele gesprekken, tafels voor gezamenlijk werken en rustige zones voor concentratie. “We hebben bewust niet één type werkplek gemaakt’’, zegt De Visser. “Je wil variatie. Soms wil je met elkaar aan tafel zitten, soms juist even apart werken, soms alleen met je laptop ergens zitten.’’ Die variatie zet zich door in de kantoren zelf. Er zijn gedeelde werkruimtes, kleinere kamers en concentratieplekken. Tegelijkertijd vraagt de onderzoeksomgeving om zorgvuldigheid. Er wordt gewerkt met gevoelige informatie en specifieke protocollen. Openheid moet daarom altijd in balans zijn met privacy en afscherming. “Sommige functies moeten echt afgeschermd zijn”, zegt De Visser. “Je kunt niet alles open maken. Het was zoeken naar een goede balans.’’

Niet klinisch
Hoewel RDC Adore een hoogtechnologisch onderzoeksgebouw is, is er bewust voor gekozen om het niet klinisch te laten aanvoelen. De architectuur is rationeel en efficiënt, maar krijgt warmte door materiaalgebruik en vormgeving. Ronde vormen verzachten het strakke grid. Eikenhout brengt tactiliteit en menselijkheid. Zachte kleuren en planten zorgen voor een huiselijke sfeer. “We wilden voorkomen dat het een klinisch gebouw zou worden”, zegt De Visser. “Het is geen ziekenhuis, maar een plek waar mensen de hele dag werken, nadenken en samenwerken.” Een opvallend element in het binnenhof is de houten wenteltrap. Functioneel verbindt de trap de verdiepingen, maar symbolisch staat hij voor verbinding en beweging. In een verder strak en rationeel gebouw introduceert de trap een sculpturaal en warm accent. “Die trap is eigenlijk een soort verbeelding van verbinding’’, zegt De Visser. “Hij verbindt alle verdiepingen en is tegelijkertijd een plek waar je elkaar ziet en tegenkomt.’’ Ook in details wordt gezocht naar betekenis. Privacyfolies op ramen zijn gebaseerd op DNA-sequenties. Ze bieden afscherming zonder het zicht volledig weg te nemen en verwijzen subtiel naar de onderzoeksfunctie van het gebouw. “We hebben echt nagedacht over hoe we die folies konden laten verwijzen naar wat hier gebeurt”, zegt De Visser. “Als je het herkent, is het leuk. Als je het niet herkent, werkt het gewoon prettig.”

Meerdere gebouwen
De relatie met de campus speelt eveneens een belangrijke rol. RDC Adore sluit aan op een atrium dat meerdere gebouwen met elkaar verbindt. Dit atrium fungeert als entreegebied en als publieke ontmoetingsruimte op campusniveau. In de toekomst zal achter RDC Adore een grote tuin worden gerealiseerd, een groene buitenruimte waar omliggende gebouwen op uitkijken. “Het atrium is echt het verbindende element”, zegt De Visser. “Niet alleen tussen gebouwen, maar ook tussen binnen en buiten.” Het atrium en het binnenhof vervullen verschillende rollen. Het atrium is open, representatief en geschikt voor grotere bijeenkomsten. Het binnenhof is intiemer en gericht op de dagelijkse gebruikers. Samen vormen ze een ruimtelijke sequentie die beweegt tussen publiek en privé, tussen campus en werkvloer. De reacties van gebruikers zijn overwegend positief. Licht, ruimte en overzicht worden vaak genoemd, net als het gemak waarmee men elkaar tegenkomt. Natuurlijk zijn er ook kritische noten. Sommige gebruikers personaliseren de ruimtes, richten plantenbakken anders in of maken kleine ‘eigen’ plekken. “Dat vind ik eigenlijk alleen maar leuk’’, zegt De Visser. “Dan weet je dat het gebouw echt gebruikt wordt. Mensen maken het zich eigen.’’ RDC Adore is geen gesloten systeem, maar een raamwerk. Het gebouw is ontworpen om mee te bewegen met veranderende onderzoekspraktijken, nieuwe technologieën en andere manieren van werken. De robuuste structuur maakt aanpassingen mogelijk zonder het geheel te verstoren. De compacte organisatie houdt relaties helder, ook wanneer functies verschuiven. “Je weet nooit precies hoe onderzoek zich ontwikkelt’’, zegt De Visser. “Dus je moet een gebouw maken dat flexibel genoeg is om mee te veranderen.’’
In RDC Adore komen oncologie en neurologie niet samen omdat het moet, maar omdat het logisch voelt. De architectuur ondersteunt die logica zonder zichzelf op de voorgrond te plaatsen. Het gebouw is geen manifest, maar een instrument. Een plek waar kennisdeling ontstaat in de ruimte tussen laboratorium en lounge, tussen trap en koffiebar, tussen gepland overleg en toevallige ontmoeting. “Als mensen hier nieuwe ideeën krijgen doordat ze elkaar toevallig tegenkomen’’, zegt De Visser, “dan is dat misschien wel het mooiste compliment dat je als architect kunt krijgen.’’
Legenda
Opdrachtgever Reinier de Graaf Groep
Opdrachtgever Amsterdam UMC (Universitair Medisch
Centrum)
Locatie Van der Boechorststraat, Amsterdam
Grootte 22.820 m²
Periode 2012–2025
Oplevering 2025
Bouwkundig aannemer MedicomZes
Constructeur Zonneveld Raadgevende Ingenieurs
Adviseur bouwfysica Peutz Zoetermeer
Installatieadviseur Royal Haskoning DHV
Adviseur gevel Frontwise Facades
Atrium Studio Hartzema

