Na jarenlange verrommeling zijn de foyers rond de grote zaal van voormalig Muziekcentrum Vredenburg prachtig gerenoveerd door deMunnik-deJong-Steinhauser architectencollectief. Met als kers op de taart het monumentale textiele kunstwerk ‘Abstract Notes’ van Mae Engelgeer.
Tekst Peter van Kester
Fotografie Roos Aldershoff Fotografie, deMunnik-deJong-Steinhauser architectencollectief
Clash tussen oud- en nieuwbouw
Toen Muziekcentrum Vredenburg en popcentrum Tivoli in 2014 fuseerden, waren er grootse plannen van meerdere concertzalen. Herman Hertzberger, de architect van het oude Vredenburg, kreeg de opdracht voor deze uitbreiding. Hij ontwierp de nieuwbouw die als een enorme reus naast het oude muziekcentrum oprijst. Zijn ontwerp integreerde beide centra, maar veroorzaakte op sommige plekken ook een clash. Zo was de overgang van de nieuwbouw naar de oudbouw diffuus geworden en verhuisde de entree van het oude muziekpaleis van de stadszijde naar de straatzijde, weg van het Vredenburgplein. De opdrachtgever wilde graag weer een entree aan de stadskant om de relatie met de straten rondom TivoliVredenburg te verbeteren. De nieuwe entree en gevels aan het Vredenburgplein zijn ontworpen door architectenbureau Herman Hertzberger (AHH) en recent opgeleverd.

Verrommeld
Aan het architectencollectief DeMunnik-deJong-Steinhauser de taak om de foyers met de nieuwe entree te renoveren en in te richten. Bert de Munnik van het architectencollectief: “Toen we begonnen troffen we een zeer verrommelde situatie aan. Voor de nieuwbouw van TivoliVredenburg moest de Kleine Zaal van Vredenburg verdwijnen. De grote zaal bleef gelukkig behouden en werd volledig ingepakt. Helaas werden de omringende foyers minder goed beschermd: de oorspronkelijke eiken vloeren waren vervangen door marmoleum en het nieuwe plafond was ongelukkig gekozen. Eén van de lichtstraten was verdwenen en de verlichting bestond uit harde PL-lampen. De geïmproviseerde bars bleken niet te zijn aangesloten op het water en riool. Alle vloeibare stoffen werden aan- en afgevoerd met behulp van kunststof vaten. Gelukkig waren veel oude details nog aanwezig.”
Als vurige bewonderaars van Herman Hertzberger wilde deMunnik-deJong-Steinhauser diens erfgoed respectvol restaureren en aanpassen aan hedendaagse eisen. De Munnik: “We wilden niet alleen de esthetische en functionele waarden van het gebouw herstellen, maar deze op een eigentijdse manier versterken. De openheid en transparantie van Hertzberger’s iconische ontwerp vormden ons uitgangspunt. Nieuwe ingrepen moesten duidelijk leesbaar zijn, als een aparte, hedendaagse laag, en harmoniëren met het bestaande.”

Geopende stabilisatieschijven
Binnen de oorspronkelijke structuur zijn vijf nieuwe horecabars ingepast met eigentijdse technische installaties. “De twee grote bars integreerden we rond de bestaande trappenhuizen”, vertelt De Munnik. “In het trappenhuis direct achter de nieuwe entree is één van de acht trappen afgebroken. De verticale, zogeheten stabilisatieschijf die daardoor in het zicht kwam, hebben we ‘transparant’ gemaakt door twee grote schijven uit het beton te zagen. Hertzberger vond dit een fantastische ingreep. Wel betreurde hij later dat de betonschijven waren afgevoerd: hij had ze heel graag nog ergens hergebruikt. Dit ’openen’ van de entreezone versterkt de wisselwerking – zowel letterlijk als visueel – tussen de verschillende verdiepingen en niveaus, één van Hertzberger’s oorspronkelijke uitgangspunten.”
De ingrepen verbeteren niet alleen de toegankelijkheid, maar maken ook Hertzberger’s architectuur opnieuw zichtbaar, zij versterken de oorspronkelijke zichtlijnen en ruimtelijke beleving. In bar Bartok bij de nieuwe entree is ook een kassabalie opgenomen. De gebruikte materialen, terrazzo en (soms geperforeerd) metaal, verwijzen naar het materiaalgebruik van Hertzberger. De oorspronkelijke vezelcementenplafonds zijn overal teruggebracht en voorzien van nieuwe installaties. De bestaande verlichting was sterk verouderd en weinig sfeervol. Het lichtplan is compleet vernieuwd met inpassing van Hertzberger’s eigenzinnige, oorspronkelijke lichtarmaturen die werden gerestaureerd en voorzien van hedendaagse lichttechniek. Overdag verspreiden zij een helder licht dat ‘s avonds wordt gedimd zodat er een warmere sfeer ontstaat die de concertbeleving ten goede komt.

Gesloten taatsdeuren
Herman Hertzberger wilde de drempel tussen de straat en de klassieke muziek verlagen. Daarom integreerde hij in zijn oorspronkelijk ontwerp rond de grote zaal vier grote taatsdeuren die vrij toegang gaven tot de grote zaal. Zo hoopte hij passerend winkelpubliek spontaan naar binnen te lokken om repetities bij te wonen. In de praktijk werkte dit echter storend voor de muzikanten met als gevolg dat de taatsdeuren al snel dicht bleven en vervangen werden door gesloten deuren. Later werden deze vervangen door nog zwaardere branddeuren. De Munnik: “Het idee van laagdrempeligheid – ook een wens van de Tivoli-directie, onze opdrachtgever – hebben we waar mogelijk doorgevoerd of teruggebracht. We ontwierpen zowel binnen als buiten zitjes waarop voorbijgangers even plaats kunnen nemen. Zij vormen één familie met de al aanwezige meubels en krukjes en sluiten aan bij de intenties van Hertzberger om de foyers tot verlengstuk van de publieke ruimte te maken en zo de verbinding met de stad te versterken. Hoewel de taatsdeuren niet meer terug konden komen, zijn er in twee tegenover elkaar liggende zaalwanden nieuwe vensters gemaakt zodat je nu vanuit de foyer rechtstreeks op het orkest in de grote zaal kunt kijken.” Tussen de vensters kwamen nieuw ontworpen, geperforeerde stalen lampen die subtiel verwijzen naar Hertzberger’s oude armaturen.

Aangename rust
Op de plek van de twee andere taatsdeuren zijn fraai geïntegreerde lockers aangebracht, waaraan bij bezoekers aan popconcerten veel behoefte is. Ze worden geflankeerd door uitnodigende zitjes. Alles is uitgevoerd in okoumé-multiplex dat Hertzberger overal in het oude Vredenburg toepaste. Het lijkt alsof de nieuwe lockers er altijd al hebben gezeten, passend bij het handschrift van Hertzberger. De houten kuif boven de lockers is nog oorspronkelijk. Nieuwe informatieve beeldschermen zijn naadloos geïntegreerd. De foyers ademen nu een aangename rust, de rommeligheid is verdwenen.
DeMunnik-deJong-Steinhauser architectencollectief liet zich bij hun ontwerp onder andere inspireren door het werk van kunstenaar Rachel Whiteread, die onopvallende ’negatieve’ ruimtelijke volumes in haar sculpturen zichtbaar maakt. De inhammen en nissen in de foyers ademen de sfeer van haar werk. Ook de Koreaanse kunstenaar Do Ho Suh die transparante draadsculpturen van zijn vroegere woonruimten maakt om verloren herinneringen melancholisch vorm te geven inspireerde het collectief.

Abstract Notes
Een tweede fundamentele ingreep is de imponerende textiele wand, die is aangebracht op de meer gesloten zijden van de foyers. Deze twee zijden vormen de scheiding tussen de oud- en nieuwbouw, maar waren door allerlei openingen, deuren, kleuren en materialen tamelijk ongedefinieerd. ‘Hier moest rust komen.’ zegt de Munnik. ‘Daarnaast wilden wij dat de foyers de bezoekers zouden omarmen’. Voor de uitwerking en het ontwerp van deze monumentale textielwand – het kunstwerk ‘Abstract Notes’ – ging deMunnik-deJong-Steinhauser een nauwe samenwerking aan met textielontwerper Mae Engelgeer. De kleurrijke wand van ruim 600 m² strekt zich uit over twee verdiepingen en vormt een essentieel onderdeel van de nieuwe interieurlaag. De wand voegt warmte en beweging toe, verbetert de oriëntatie in de foyers en markeert de overgang naar de rest van het muziekpaleis
Geïnspireerd door de architectuur van Hertzberger en de aanwezige kunstwerken uit 1979 die de foyers hun eigen identiteit geven, ontstond er een hedendaags ‘gesamtkunstwerk’ waarin architectuur, kunst en textiel samensmelten. Met de nieuwe, transparante puien aan het Vredenburgplein ogen de foyers nu open, licht, eigentijds en uitnodigend.
Behalve dat textielontwerper Mae Engelgeer zich liet inspireren door de bestaande, structuralistische architectuur en de aanwezige kunstwerken draagt de wand ook haar eigen signatuur van verfijnde abstracte verschuivingen tussen verticale en horizontale banen, onverwachte kleurpaletten en verrassende materiaalkeuzes. Het ontwerp werd regelmatig door Engelgeer en de architecten besproken, in nauw overleg met de ruim negentigjarige en nog altijd actieve Hertzberger. Deze bezielde wisselwerking leidde tot creatief vuurwerk.
Abstract Notes is ontwikkeld in hechte samenwerking met het TextielLab Tilburg. Het is volledig geproduceerd met gerecyclede materialen, waaronder PET-flessen. Een prestatie, ook gezien het grote formaat, die mogelijk werd door de vasthoudende experimenteerdrift van het TextielLab. De ingetogen en warme sfeer van ‘Abstract Notes’ keert terug in de stoffering van de losse meubels, die Engelgeer ook ontwierp. De materialisering van het nieuwe meubilair versterkt de samenhang in het interieur.
Vermeldenswaard is tenslotte dat de oude, nog aanwezige muziekbibliotheek in de foyer op eerste verdieping is gerevitaliseerd. Het publiek is er de hele dag welkom – net als in de gerenoveerde foyers – om gebruik te maken van de daar gecreëerde werkplekken. Daarmee wordt een oude wens van Herman Hertzberger nieuw leven ingeblazen: een laagdrempelig en vrij toegankelijk gebouw, voor ontmoeting, werk en zelfontplooiing.

www.dmdjs.nl
www.ahh.nl
www.mae-engelgeer.nl
Legenda
Opdrachtgever TivoliVredenburg
Ontwerpteam deMunnik-deJong-Steinhauser architectencollectief, AHH architecten, Spektor Licht, Fabelis
Ontwerpteam textielwand deMunnik-deJong-Steinhauser architectencollectief, Mea Engelgeer (textielontwerper), Spektor Licht (lichtontwerp), Herman Hertzberger (sparringpartner en klankbord), Fabelis (bouwmanagement)
Interieurbouwer/meubelmaker Inter-fact
Uitvoering Textielwand TextielLab/Textielmuseum Tilburg (weven), Oostendorp stoffering (stoffeerder), Haklander (interieurbouwer), Hillfloor Group ( getufte wandtapijten), CC-Tapis ( geknoopte wandtapijten), Textiles & More ( voile ), Trap Apart ( meubelstof), Artenso (folies), garenproducenten Carl Weiske en Luxilon
Advies installaties Dia-groep
Projectmanagement Fabelis
Bouwkundig aannemer – interieur Van Zoelen
E-installaties Verweij Elektrotechniek
W-installaties Warmtebouw
Oppervlakte ca. 2000 m2


