Prinses Máxima Centrum: leven, leren, spelen

Projecten
Zorg & Welzijn 
‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Het Prinses Máxima Centrum is veel meer dan een Healing Environment: LIAG en MMEK’ creëerden samen een omgeving waarin kinderen zich ondanks hun ziekte kunnen blijven ontwikkelen.

Het vorig jaar geopende Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie in Utrecht bundelt alle hoog complexe zorg en research voor kinderen met kanker. Het centrum, waarvoor ouders en zorgprofessionals meer dan tien jaar geleden het initiatief namen, heeft als missie ieder kind met kanker te genezen met optimale kwaliteit van leven.
Het Prinses Máxima Centrum startte in 2014 vanuit eigen afdelingen in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ); in 2016 begon de bouw van een eigen locatie, tegenover het WKZ. Hierbij stond ontwikkelingsgerichte zorg centraal; LIAG architecten en bouwadviseurs was verantwoordelijk voor het ontwerp van het opvallende gebouw dat zorg, research en onderwijsfaciliteiten huisvest. Projectarchitect Thomas Bögl: “Uitgangspunt bij het project was een omgeving waar kinderen zich tijdens hun behandeling optimaal verder kunnen ontwikkelen, om zo achterstand in persoonlijke ontwikkeling te voorkomen.” Deze uitgangspunten voor het centrum zijn onder leiding van Kopvol architecture & psychology opgesteld in een voortraject met ouders en zorgprofessionals in de kinderoncologie. In het Prinses Máxima Centrum draait alles om kind en gezin. Ouders en kinderen hebben bij de ontwikkeling van voorzieningen meegedacht en hun wensen aangegeven. Om het verblijf in het centrum zo aangenaam mogelijk te maken, is het gebouw ontworpen volgens de principes van de Healing Environment: met doorzicht en uitzicht, een goede akoestiek, direct daglicht en zicht op groen.

Samenwerking zorg en research

Omdat het Prinses Máxima Centrum een nieuw initiatief was, hebben organisatie en gebouw tegelijkertijd vorm gekregen. “We kregen de mogelijkheid om extra vierkante meters en kwaliteit aan het gebouw toe te voegen”, zegt Fieneke de Munck Mortier, projectmanager facilitair bedrijf PMC. Ze is al sinds 2011 betrokken bij de plannen, als schakel tussen gebruikers uit het hele land en het ontwerpteam van LIAG. “Het zorggebouw telt vier bouwlagen, het researchgebouw telt vijf lagen inclusief drie lagen parkeergarage voor de ouders. Op het dak komt nog een auditorium.” Op de begane grond bevindt zich de ontmoetingsruimte, met de receptie, het restaurant en de Later-polikliniek. De eerste verdieping staat in het teken van ontdekken en leren. Hier vind je centrale voorzieningen als beeldende- en muziektherapielokalen en leslokalen. Ook is hier de Ontdekplek, een science centrum waar kinderen kunnen leren hoe hun lichaam werkt, wat kanker is, en hoe zij zich kunnen voorbereiden op behandelingen en beeldvormende diagnostiek. Er is zelfs een ‘dummy’ MRI-apparaat, waarmee kinderen alvast kunnen oefenen ter voorbereiding op de echte MRI-scan. Die wordt daardoor minder eng.
Op de tweede en derde verdieping liggen de zorgafdelingen. Belangrijk uitgangspunt bij de organisatie van het Prinses Máxima Centrum was de nauwe samenwerking tussen patiëntenzorg en research. Deze komt dan ook tot uiting in het gebouw: op de tweede verdieping vormt de zone met de werkplekken van de oncologen de verbinding tussen het zorg- en het researchgedeelte. Waar deze twee elkaar ontmoeten, is een lichte atriumachtige ruimte gecreëerd. Dankzij de glazen wanden van de laboratoria kun je de onderzoekers aan het werk zien, wat het gevoel versterkt dat iedereen bijdraagt aan het gezamenlijke doel.

Vijftien kleuren glas

Het Prinses Máxima Centrum maakt gebruik van een aantal voorzieningen in het Wilhelmina Kinderziekenhuis, waaronder de OK en de IC. Om de twee ziekenhuizen aan elkaar te koppelen, ontwierp LIAG een 160 meter lange overdekte luchtbrug. Bögl: “Je bent langer dan een minuut aan het lopen om van het ene naar het andere ziekenhuis te komen. Om het wat leuker te maken, hebben we in deze verbindingsgang vijftien kleuren glas toegepast.” Het resultaat is spectaculair, alsof je door een regenboog wandelt. ”Voor een rustig effect hebben we de verlichting niet middenin het plafond verwerkt, maar aan de randen.”
Dankzij de tien procent oppervlak die het gebouw extra kreeg, konden waardevolle toevoegingen in het interieur worden opgenomen. Bögl: “De gangen zijn breed, kinderen kunnen er fietsen. In de gangen was ruimte om nisjes te maken, waar de kinderen kunnen zitten en elkaar ontmoeten. En er is behalve de reguliere route ook een kinderlooproute door het gebouw. Je wilt de kinderen uit bed zien te krijgen door een leuke omgeving te bieden.” In het Prinses Máxima Centrum vind je dan ook veel plekken waar kinderen kunnen spelen, bewegen, ontdekken en leren. De Munck-Mortier: “De invulling en inrichting van deze speel- en afleidingsgebieden hebben we uitgewerkt onder leiding van ontwerpbureau MMEK’.”

Speciale gebieden

Aanvankelijk zou MMEK’ alleen deze speciale gebieden vormgeven, maar uiteindelijk heeft het Utrechtse bureau het hele interieur ontworpen. Erik van Kuijk, medeoprichter van MMEK’: “Daarbij hebben we rekening gehouden met de ‘journey’ van patiënten en hun naasten. Die krijgen van alle kanten een overvloed aan informatie te verwerken, je wilt voorkomen dat ze in de war raken.” MMEK’ nam daarom ook de branding voor zijn rekening. Van Kuijk “Een duidelijke branding is goed voor zowel de externe als de interne boodschap, omdat het duidelijk maakt wat een organisatie terug wil zien in zijn omgeving.” Het oranje uit de huisstijl van het Prinses Máxima Centrum keert op strategische plaatsen in het interieur terug, wat zorgt voor een warme, zonnige uitstraling. In het kader van de ontwikkelingsgerichte zorg heeft MMEK’ een aantal speciale plekken in het gebouw met extra aandacht ingericht, waaronder het Park, de Ontdekplek, de Bouwplaats en de Tienerlounge. Het zijn plekken waar kinderen kunnen spelen, ontdekken en leeftijdsgenoten kunnen ontmoeten.

Kindvriendelijk gebouw

Net als voor volwassenen is het voor kinderen belangrijk om te begrijpen wat ze in het ziekenhuis meemaken. Van Kuijk: “Bij de ‘Ontdekplek’ kunnen kinderen via een aantal exhibits zien wat kanker is, en kunnen ze zich voorbereiden op wat er gaat gebeuren. We leggen dit op verschillende niveaus uit, zodat het zowel voor jonge als voor oudere kinderen begrijpelijk is. Voor het poppetje dat je hier overal tegenkomt, hebben we wel vijftig verschillende varianten getekend en met kinderen doorgenomen. Kinderziekenhuizen zijn vaak op een ‘kinderachtige’ manier ingericht, met een beperkt aanbod zonder aandacht voor leeftijd en interesses. Wij wilden in plaats daarvan een ‘kindvriendelijk’ gebouw, waarbij veiligheid en hygiëne natuurlijk heel belangrijk blijven. We hebben gekeken of we een aanbod konden ontwerpen waar alle vormen van spelen aanwezig zijn. Het Park bijvoorbeeld is een langgerekte ruimte met een grote raampartij en uitzicht op Landgoed Oostbroek. Dit is bij uitstek een plaats voor ‘open ended play’, waar kinderen met eenvoudige elementen zelf iets kunnen verzinnen. In samenwerking met de TU Delft hebben we producten ontwikkeld, waarmee kinderen hun vaardigheden kunnen ontwikkelen. In het Park liggen bijvoorbeeld ‘sticks’, dit zijn een soort flexibele elementen waarmee kinderen iets kunnen bouwen.”

Huiselijke plek

Het gebouw moest behalve voor de kinderen natuurlijk ook een aangename plek voor hun familie zijn. De Munck-Mortier: “De patiëntenkamers hebben allemaal rooming-in-voorzieningen. Het zijn ouder-kindkamers, waar de ouders een eigen slaapgedeelte en badkamer hebben. Kinderen kunnen vanuit hun bed het bed van hun ouders zien.” Een schuifdeur tussen de twee gedeelten kan naar behoefte van kind en ouders geopend of gesloten worden. De kamers zijn, mede op aanraden van de kinderadviesraad, neutraal ingericht. Dankzij de lage vensterbanken kunnen de kinderen vanuit hun bed naar buiten kijken. Plissé-gordijnen voor de ramen langs de gang zorgen voor privacy, zodat er geen gordijn om het bed nodig is. Alle kamers hebben toegang tot een eigen buitenruimte met zitje op de galerijen, die mede dankzij het toegepaste hout een prettige uitstraling aan het gebouw geven. Bögl: “Overal waar mensen verblijven, hebben we hout gebruikt.”
Op de kamers is er bij het bed ook een ‘veilige’ zone, waar de verpleging gewoonlijk niet komt en waar kinderen hun spullen kunnen uitstallen. Van Kuijk: “Hechting is ongelooflijk belangrijk, je moet je ergens thuis kunnen voelen. Wat ik vaak heb gehoord van ouders, is dat ze tijdens de behandelperiode amper van de kamer van hun kind afkomen.” Daarom is hier een 1-minuutregel gehanteerd: kamers liggen nooit ver van algemene voorzieningen zoals de huiskamer, waar je als je wilt ook zelf kunt koken. Daarnaast zijn er overal in het gebouw plaatsen waar je met meerdere mensen kunt zitten. Naast de speciale gebieden en de eerder genoemde elementen uit de Healing Environment zijn het dit soort praktische toevoegingen, die het Prinses Máxima Centrum tot een vriendelijke, huiselijke plek maken. Een plek waar kinderen en ouders hun leven ondanks ziekte en behandeling zo normaal mogelijk kunnen voortzetten.

www.liag.nl
www.mmek.nl

(Tekst: Eva Vroom, Foto’s: Ewout Huibers en Ronald Tilleman)

LEGENDA
Opdrachtgever Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie

Architect LIAG architecten en bouwadviseurs
Ontwerp interieur en speelaanleidingen MMEK’
Vaste inrichting Verschuren interieurbouw
Interieurbouw speelaanleidingen o.a. Heijmerink Wagemakers ­Vormgeversatelier
Los meubilair o.a. Gispen
Vloeren o.a. Forbo
Buitenmeubilair Picnixx
Ontwerp buitenruimten B + B
Inrichting buitenruimten o.a. Skills Garden, van der Tol
Bouwcombinatie Visser & Smit Bouw, Kropman Installatietechniek / HOMIJ technische installaties
Constructie Zonneveld Ingenieurs
Bruto vloeroppervlak circa 45.000 m²